Achtergrond

Gezocht: veilige opbergplek voor kernafval voor de komende 200.000+ jaar

Terwijl het nieuwe kabinet al droomt van vier kerncentrales, weten we nog niet waar we het resulterende afval van de huidige centrales moeten laten. Voorlopig ligt het opgeslagen bij COVRA, aan de Zeeuwse Westerschelde. Om aan alle nucleaire ambities te voldoen, moet die in 2050 naar verwachting 10x meer kernafval opslaan dan nu. TW bezocht de faciliteit met haar directeur Jan Boelen, verantwoordelijk voor Nederlands kernafval.

200.000 jaar geleden ontstond ons soort mens: de homo sapiens. In de jaren die volgden, zouden ze zich vanaf de oevers van de Zambezi verspreiden naar plaatsen als ons kikkerlandje in het koude Noorden. Dat ze daarbij over ertsen liepen die later veel meer macht zouden afdwingen dan de speren waarmee zij hun vijanden weerden, wisten ze waarschijnlijk niet.

Uranium komt in veel gebieden in de wereld voor: in Afrikaanse landen als Zambia en Niger, maar ook in landen als Kazachstan, waar het merendeel van de Nederlandse voorraden vandaan komt, vertelt Jan Boelen, directeur van COVRA, de tijdelijke opslagplaats van Nederlands nucleaire afval. Zijn complex bestaat uit een serie duidelijk herkenbare gebouwen, vlakbij de kerncentrale van Borssele, op een dikke laag zeeklei buiten de dijken die de Zeeuwen moeten beschermen tegen de zee. Boelen maakt zich er geen zorgen over: de ventilatieroosters zitten meters hoog.

Laagstralend afval dat ‘afkoelt’ in betonnen buizen in COVRA loods, foto Klaartje Jaspers 2024.

Publieksvriendelijk kernafval

Een felblauwe loods met levensgrootte letters U308 bevat stabiel uraniumoxide, een witte loods staat vol vaatjes laagstralend afval waar brandweermannen mee mogen oefenen, een groot geel gebouw bevat het hoogstralende afval waar iedereen toch een beetje bang van zou moeten zijn. Toch biedt COVRA ook ruimte voor de kunstschatten van bevriende musea, en mogen theatergezelschappen hier voorstellingen geven. Met muren van 1.80 meter gewapend beton zou het binnen de muren van de nucleaire afvalloods nog veiliger moeten zijn op dan de parkeerplaats buiten.

Het is belangrijk dat het publiek weet dat de ene straling de andere niet is, weet Boelen. De radioactiviteit die je uitwisselt met een flinke omhelzing, is niet de radioactiviteit die een piloot ontvangt als hij boven een ontplofte kernreactor vliegt. In COVRA komt al het afvalmateriaal met een ongezonde straling samen. Naast talloze afgedankte rookmelders en ziekenhuismaterialen, liggen hier ook cilinders met hoogstralende reactorstaven die nog ruim 200.000 jaar nodig hebben voordat je ze veilig aan kan raken. “Doe je dat nu, dan nemen we gelijk afscheid”, stelt de directeur in de lift naar het depot waar de stalen cilinders de grond in gaan. “Dan ben je er morgen niet meer”.

COVRA directeur Jan Boelen in de ruimte waar het hoogstralende afval in cilinders in de vloer gehangen wordt, afgesloten met een zwaarmetalen rode deur. Foto: Klaartje Jaspers, 2024

Dikke rode deur

De kans om het hoogradioactieve goedje hier daadwerkelijk aan te raken is buitengewoon klein: voordat de afvalpakketten binnen komen, worden de medewerkers vervangen door robots, afgesloten achter een dikke rode deur. Je kan de ruimte pas weer in als de vaten in hun buis voor de komende decennia zitten, afgesloten met een ‘kurk’ van zo’n anderhalve meter beton. Het enige dat je dan nog merkt, is dat de vloer rond sommige cilinders wat warmer aanvoelt dan een stukje verderop. 

Voor onze voorouders zo ver waren dat ze van de grond onder hun voeten een kerncentrale, een kankermedicijn of een atoombom konden maken, was er grofweg net zo’n lange periode aan vooraf gegaan als de periode die het materiaal in deze buizen nodig heeft om weer net zo onschuldig te worden als het was toen het nog ongemoeid in de aarde zat. Als de eerste homo sapiens niet kon voorzien wat wij er nu mee doen, hoe kunnen wij dan pretenderen te weten wat onze erfgenamen er de komende 200.000 jaar mee gaan doen? Als de komende 200.000 jaar ook maar een beetje lijken op de afgelopen 200.000, spreken zij straks onze taal niet meer, en krijgen ze te maken met ijstijden, aardverschuivingen, koude oorlogen, hete oorlogen, hacks en overstromingen.

Klei, zout of graniet

Hoe manoeuvreer je zulk levensgevaarlijk materiaal veilig door zo’n periode heen? Door het op te slaan in diepe geologische lagen, stellen onderzoekers. De Finnen boren diepe gaten in stabiel graniet, Nederlanders beraden zich over een permanente opslag in diepe lagen klei of zout. Wie daar veel vertrouwen in heeft, ziet kernafval als het beheersbare bijproduct van een CO2-arme energiebron die onze samenleving relatief pijnloos door de energietransitie gaat lozen. Anderen zien het als een tikkende tijdbom waar we onze kinderen ongevraagd mee opzadelen. De kans op misbruik of een ongeluk mag op jaarbasis dan heel klein zijn, maar met zo’n lange risicoperiode weet je bijna zeker dat het ooit gebeurt.

Met de bouw van nieuwe kernenergiecentrales en de uitbreiding van uraniumverrijker Urenco, zou de hoeveelheid nucleair afval in 2050 naar verwachting minstens 10x zo groot worden.”

Jan Boelen, directeur COVRA

Onder onze buren lopen de meningen nogal uiteen. Terwijl België en Frankrijk vol inzetten op kernenergie, stookt Duitsland nog liever bruine kolen weg dan dat het weer met nucleaire installaties aan de slag gaat. Niet alleen heeft het land een levende herinnering aan de ontwrichtende effecten van de kernmachten die het land in de koude oorlog in tweeën splitsten, het heeft ook ervaring met de gevaarlijke hoogmoed rondom het bergen van haar kernafval. In de jaren zestig en zeventig borg het 126.000 tonnen kernafval in een oude zoutmijn in Asse, nu lekt er water in en zijn de vaatjes zoek. 

Vermiste vaten

Dat is typisch zo’n misleidend voorbeeld van mensen die paniek willen zaaien, vindt Boelen. Net als de Nederlandse overheid, ziet hij verschillende mogelijkheden om het afval straks verantwoord in diepe geologische klei- of zoutlagen op te bergen. Anders dan de Duitse zoutmijnen, die al leeg gemijnd waren voor de stralende vaten erin gegooid werden, bestaan de Nederlandse zoutlagen waar hij aan denkt uit massief zout.

Bovendien lijkt Boelen er helemaal niet zo zeker van dat we die nationale permanente opbergplaats straks echt nodig hebben. Europa mag nu dan voorschrijven dat ieder land het eigen kernafval op eigen grond moet opslaan, maar wellicht is het tijd zulke regels eens opnieuw tegen het licht te houden, oppert hij. Waarom zou je zulk gevaarlijk materiaal opbergen in een dichtbevolkte rivierdelta in plaats van een afgelegen rots? De Finnen hebben weliswaar aangekondigd hun granieten opslag alleen voor Fins gebruik te reserveren, maar er zijn wel degelijk landen die open staan voor internationale samenwerking. Wachten tot we weten wat we met het afval moeten, is wat hem betreft niet nodig.

Om hoeveel radioactief afval gaat het?

Tot 1980 had Nederland geen kernafvalopslag. “In de tijd dat ik naar de universiteit ging, gold het mantra “the solution to pollution is dilution’”, vertelt Boelen, “kernafval werd in gietijzeren vaten in diepe troggen in de Atlantische oceaan gegooid, met het idee dat de onmetelijk grote oceaan het tot ongevaarlijke hoeveelheden zou verdunnen – de oceaan is immers toch al radioactief, net als de grond waarop we lopen. Inmiddels hebben we daar andere ideeën over ontwikkeld.”

Sinds haar oprichting in 1980 is COVRA verantwoordelijk voor het beheer van het radioactief afval in Nederland – het afval uit kerncentrales, maar bijvoorbeeld ook uit oude rookmelders, printmaterialen en medische apparatuur. Het merendeel is laagradioactief, en verliest het gevaarlijkste deel van haar straling binnen enkele decennia. Een deel is hoogradioactief, en heeft meer dan 200.000 jaar nodig om zo onschadelijk te worden dat mensen er niet meer ziek van worden.

COVRA bergt in totaal 110 m3 hoogradioactief afval, waarvan jaarlijks ongeveer 3 kub uit de kerncentrale van Borssele komt. Ongeveer de helft daarvan is niet-warmteproducerend, en zou volgens sommige buitenlandse definities niet als hoogradioactief gelden, maar wordt in Nederland als zodanig behandeld, omdat we te weinig volume hebben om hierin onderscheid te maken. Met de bouw van nieuwe kernenergiecentrales en de uitbreiding van uraniumverrijker Urenco, zou deze hoeveelheid in 2050 naar verwachting minstens 10x zo groot worden.


Je las zojuist een gratis premium artikel op TW.nl. Wil je meer van dit? Abonneer dan op TW en krijg toegang tot alle premium artikelen.


 

Onderwerp:
BeleidEnergie

Meer relevante berichten

Nieuwsbrief

Relevante berichten
×